Jaren lang elke week flink sporten. Kilometers maken, grenzen opzoeken, steeds wat verder. Voor veel sporters boven de 35 is dat allang geen hobby meer, maar een manier van leven. Begrijpelijk, want de voordelen van sport zijn niet gering. Toch laat nieuw internationaal onderzoek, uitgevoerd met medewerking van het Radboudumc, zien dat er voor deze groep een keerzijde bestaat waar weinigen bij stilstaan.
De aanname die niet klopt
Sporter ben je, dus gezond ben je. Dat is de gedachte die de meeste fanatieke sporters stilzwijgend meenemen. En tot op zekere hoogte is dat correct: regelmatig bewegen verlaagt de kans op een vroege dood, beschermt tegen diabetes type 2, hoge bloeddruk en depressieve klachten, en houdt het hart in conditie.
Sportfysioloog Thijs Eijsvogels van het Radboudumc nuanceert dat beeld voor een specifieke groep. Samen met Europese en Amerikaanse collega's publiceerde hij nieuwe internationale richtlijnen gericht op sporters van 35 jaar en ouder. De boodschap is helder: ook wie jarenlang intensief sport, loopt specifieke hartrisico's. "Sporters zijn niet immuun voor hart- en vaatziekten," zegt hij.
Wat er na jaren intensief sporten kan gebeuren
Het gaat uitdrukkelijk niet om mensen die af en toe een rondje hardlopen of op zondagochtend een uurtje fietsen. De risico's spelen bij sporters die al vijf tot tien jaar lang meerdere keren per week echt intensief trainen, op een niveau waarbij hartslag en ademhaling flink omhooggaan en een normaal gesprek voeren niet meer lukt.
Bij die groep duiken twee specifieke aandoeningen vaker op dan verwacht:
- Hartritmestoornissen: het hart klopt onregelmatig doordat het elektrische systeem beschadigt na jaren van extreme belasting. Het bekendste voorbeeld is atriumfibrilleren, een aandoening die normaal gesproken veeleer met ouderdom dan met sportiviteit wordt geassocieerd.
- Coronaire verkalking: ophoping van kalk in de kransslagaders die de bloedtoevoer naar het hart langzaam belemmert. Opvallend: dit treffen artsen ook aan bij sporters die er aan de buitenkant kerngezond uitzien en nooit klachten hebben gehad.
Dat zijn aandoeningen die mensen doorgaans verbinden aan inactieve, ongezonde leefstijlen. Bij fanatieke sporters ontstaan ze om een andere reden: jarenlange overbelasting van het cardiovasculaire systeem zonder voldoende herstel.
De grens van drie tot vijf uur per week
Eijsvogels beschrijft een duidelijk punt waarop de gezondheidswinst van sporten afvlakt. Bij drie tot vijf uur intensieve beweging per week bereik je het maximale voordeel voor je gezondheid. Wie meer traint dan dat, bouwt geen extra voordeel op, maar vergroot wel geleidelijk de kans op deze specifieke hartproblemen.
Dat wil niet zeggen dat je moet stoppen met je halve marathon of triathlon. Maar het is een signaal dat meer niet altijd beter is, en dat je hart na je 35e andere aandacht verdient dan tien jaar eerder. Het lichaam herstelt minder snel naarmate je ouder wordt, en schade aan hartspier en bloedvaten stapelt zich over de jaren op. Lees ook waarom herstel net zo belangrijk is als je training zelf voor meer achtergrond over die balans.
Signalen die je beter niet negeert
Hartproblemen kondigen zich niet altijd met een grote knal aan. Soms is er niets te voelen totdat een check-up iets aanwijst. Toch zijn er tekenen die je serieus moet nemen:
- Ongewone kortademigheid bij inspanning die je voorheen aankon
- Hartkloppingen of een onregelmatige hartslag tijdens of na het sporten
- Druk of een drukkend gevoel op de borst, ook als het maar even duurt
- Aanhoudende vermoeidheid die niet herstelt na rust of een lichte trainingsweek
- Duizeligheid of een licht gevoel in het hoofd bij inspanning
Geen van deze klachten betekent automatisch dat er iets ernstigs aan de hand is. Maar bij fanatieke sporters boven de 35 zijn ze een reden om je huisarts of sportarts op te zoeken, in plaats van het weg te redeneren als "gewoon vermoeidheid van de training".
Wat de nieuwe richtlijnen adviseren
De internationale richtlijnen die Radboudumc en internationale partners opstelden zijn nuchter en praktisch. Ze zeggen niet dat je minder moet sporten, maar dat je slimmer met je gezondheid om moet gaan naarmate je ouder wordt.
Het kernadvies: laat als fanatieke sporter boven de 35 je risicofactoren eens per vijf jaar controleren. Dat betekent bloeddruk, cholesterol en bloedsuiker laten prikken en meten bij je huisarts. Geen uitgebreid medisch onderzoek, maar een basismeting die vroeg aangeeft wat er speelt.
Heb je familieleden die op jonge leeftijd hart- of vaatziekten kregen? Dan is extra alertheid verstandig, ongeacht hoe fit je je voelt. Een sterk lichaam aan de buitenkant beschermt niet volledig tegen genetische aanleg.
Het kan ook helpen om bewust te kiezen welke trainingsvormen je combineert. Sporten die het hart op langere termijn goed houden zijn niet per definitie de zwaarste trainingsvormen, maar juist de variëteit die het cardiovasculaire systeem opbouwt zonder het te overbelasten.
Slim sporten na je 35e, niet minder sporten
Het Radboudumc-onderzoek zegt niet dat sporten gevaarlijk is. Het zegt dat het cardiovasculaire systeem met de jaren verandert, en dat jarenlange intensieve training sporen achterlaat die je serieus moet nemen. Dat is geen reden om je schoenen aan de wilgen te hangen, maar wel om bewuster te trainen.
Dat begint bij eenvoudige dingen: laat je bloedwaarden periodiek controleren. Luister naar de signalen van je lichaam in plaats van ze weg te redeneren. Bouw genoeg hersteltijd in, want na je 35e is herstel geen luxe meer maar een onmisbaar onderdeel van je schema.
De NOS schreef in april 2026 over dit onderzoek, en het zorgde voor opvallend veel reacties van sporters die zich herkenden in het profiel maar er nooit bij hadden stilgestaan. Dat zegt genoeg. Sporten is gezond, maar slim sporten is gezonder.